Zeeschip.

De minimumbemanning bestaat uit het aantal bemanningsleden zoals voorgeschreven voor het categorie schip bij exploitatiewijze B.

Wanneer de uitrusting niet voldoet aan de standaard S1, dient de minimumbemanning te worden verhoogd met één of twee matrozen. Voldoet de uitrusting slechts gedeeltelijk aan de standaard S1 dan dient de minimumbemanning te worden verhoogd met één of twee volmatrozen. Indien de volmatrozen al deel uitmaken van de minimumbemanning dan kunnen deze worden verhoogd met matrozen.

Aan boord moet zich een persoon bevinden die houder is van het grote patent dat geldig is voor het te bevaren riviergedeelte. Na een vaartijd van ten hoogste 14 uur per periode van 24 uur moet deze patenthouder door een andere patenthouder worden vervangen.